Volgens de International Organization for Migration (IOM) zijn er dit jaar zeker 55 migranten overleden of vermist geraakt op de vluchtroute over het Kanaal, ruim twee keer zoveel als vorig jaar. In de tien jaar dat de organisatie dit soort cijfers bijhoudt, waren dat er nog nooit zoveel. Het gaat niet altijd om verdrinking; migranten komen ook om door verdrukking op de overvolle boten.
Zo’n vijf jaar geleden begon de Franse politie de vrachtwagens die per tunnel het Kanaal oversteken scherper te controleren. Sindsdien kiezen steeds meer vluchtelingen voor een oversteek per boot.
Toch is het aantal bootjes dat dit jaar het Kanaal overstak maar marginaal hoger dan vorig jaar, en een kwart minder dan in 2022. Dat de route in vergelijking met vorig jaar zoveel dodelijker is, komt vooral door een deal die het Verenigd Koninkrijk vorig jaar sloot met Frankrijk. Dat laatste land kreeg 480 miljoen pond, 543 miljoen euro, om migranten al vóór de oversteek te stoppen.
Met dat geld hing Frankrijk surveillancecamera’s op in dorpjes aan de kustlijn, er wordt meer gesurveilleerd door agenten en met behulp van drones en het land zet harder in op het bestraffen van smokkelaars.