Vrijdag de dertiende bleek een gelukkige dag voor Palestine Action in het Verenigd Koninkrijk. Drie hoge rechters oordeelden dat het verbod op de actiegroep, die door het ministerie van Binnenlandse Zaken als ‘terroristisch’ wordt bestempeld, onwettig is. In de week daarvoor sprak een jury ook zes van de vierentwintig gedetineerde leden vrij van de zwaarste aanklachten.
Palestine Action werd in 2020 opgericht en voert campagne tegen bedrijven die volgens de organisatie medeplichtig zijn aan “de bezetting, apartheid en genocide van Palestina”, met een bijzondere focus op de Israëlische wapenfabrikant Elbit Systems.
Met een jaaromzet van 7 miljard dollar vorig jaar is Elbit de grootste wapenproducent van Israël, en geldt het als het 25e grootste wapenbedrijf ter wereld. Het bedrijf had tien productiesites in het VK waarvan er al vier door protesten van Palestine Action werden gesloten. Ook in België heeft Elbit twee productiesites waartegen actie wordt gevoerd.
In juli verklaarde de regering Palestine Action tot terroristische organisatie, op dezelfde lijn dus als Islamic State (IS) en Al-Qaida. Lidmaatschap of steun aan de groep werd daarmee strafbaar, met een maximale gevangenisstraf van veertien jaar.
Een documentaire van Channel 4 bracht aan het licht dat Britse ambtenaren van Binnenlandse Zaken regelmatig hierover overlegden met Elbit Systems, en dat binnen het ministerie twijfel bestond over de rechtmatigheid van de maatregel. Toch gaf de regering meer dan € 800.000 uit in het proces dat Palestine Action tegen het verbod begon. Daarbovenop verklaarde de politie in oktober vorig jaar dat ze al € 4 miljoen uitgegeven hadden aan het handhaven van dat verbod.
Vele burgers keerden zich tegen deze criminalisering van het protest tegen de genocide in Palestina. Sindsdien zijn meer dan 2.700 van hen gearresteerd tijdens demonstraties omdat zij borden droegen met de tekst: “Ik steun Palestine Action.” Vijfhonderd van hen werden aangeklaagd op grond van artikel 13 van de Terrorism Act, waarop maximaal zes maanden gevangenisstraf staat. Onder hen bevinden zich geestelijken, gepensioneerden en militaire veteranen.
Het hooggerechtshof volgde de regering niet in haar poging de organisatie te verbieden. Volgens de rechters vormde het besluit een “zeer significante inbreuk” op het recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering.
Bron: DeWereldMorgen, donderdag 19 februari 2026 - Toon Danhieux